Dorpspleiners: Dirk en Anneke Eveleens

In de rubriek DORPSPLEINERS laat Geertje Bos bezoekers van de website nader kennismaken met inwoners van Burgerveen, markante persoonlijkheden, maar ook gewone mensen met bijzondere bezigheden of zomaar iemand met een mooi levensverhaal.


Aflevering 3. Dirk en Anneke Eveleens

Burgerveen op de kaart gezet.

Vraagt de dokter bij een onderzoek aan patiënt Dirk Eveleens: “Rook jij?”. Knikt hij bevestigend. “Ja zeker, al jaren. En stoppen doe ik voorlopig niet.” De arts is zichtbaar teleurgesteld. Dirk geeft ‘em even de tijd en zegt dan: “Ik rook paling”. De reactie laat zich raden. Het is duidelijk. Dirk houdt van een geintje, rookt paling en daar is hij niet zomaar van af te brengen. Opgegroeid aan de Leimuiderdijk langs de Westeinderplassen, stamt hij uit een geslacht van vissers. Van oudsher wordt er gevist op paling, snoekbaars en snoek. Een hard bestaan. Het valt niet mee het hoofd boven water te houden. “Eigenlijk leefden ze vroeger compleet van de opbrengst van het water.”
De volgende generatie Eveleens zet in de loop van de jaren Burgerveen op de kaart met een gelukzalige pijprokende paling in het logo. Van heinde en ver weet de liefhebber de stek aan de Leimuiderdijk te vinden. Niet alleen privéklantjes, ook horecabedrijven behoren tot de vaste afnemers en zelfs ver buiten de landsgrenzen reikt de belangstelling. “Vanmorgen heb ik twintig kilo gerookte paling klaargemaakt voor verzending naar Bali. Is al onderweg naar Schiphol.” Hij meldt het fier.

Anneke en Dirk bij de rookkasten.

Op het terras

Als we eerder die ochtend arriveren bij nummer 227A op de dijk, is het nog tamelijk rustig in de winkel en op het terras ernaast. Dirk Eveleens hangt binnen net een rijtje palingen in de rookkast. “Zo, nu hebben we even de tijd. Dat duurt nog zo’n anderhalf uur. Moet lukken, toch?” Hij sluit de kast, trekt de gele okselhoge werkbroek uit, wast zijn handen, wrijft de beslagen bril schoon en zorgt voor koffie. We zitten op het terras. Het duurt niet lang of klanten dienen zich aan, in een almaar groeiend aantal. De hand van de palingroker gaat steeds vaker in een groet omhoog, de meeste klanten kent hij ook van naam. We pauzeren even met het gesprek als een vriendelijk Amsterdams vrouwtje met een doos vol zelf gebakken koekjes naar ons tafeltje komt. “Neem gerust, hoor”, zegt Dirk. “Ze zijn heerlijk.” Wij nemen dus en bedanken. Zij gaat de winkel in voor een broodje paling.

Dramatisch

Dirk (1947) is de jongste uit het gezin van Gerrit en Geertje Eveleens. ”Ik ben de enige die nog leeft van de vijf kinderen. Een nakomertje, dan heb je dat, hè?” De oudste is een meisje, genoemd naar moeder Geertje, daarna komen er vier jongens. Piet, Jan, Gerrit en Dirk. Het gezin maakt een dramatische gebeurtenis mee, als eind december 1951 de twee oudste broers overlijden. Het gebeurt de dag voor Kerstmis. Piet en Jan besluiten ondanks de winterkou te gaan vissen, samen in een bootje. Bij een onverwacht hevige storm slaat het bootje om, belanden ze in het water en verdrinken. Piet 23, Jan 19 jaar oud. “Ik was nog jong, maar weet er toch wel van. Voor mijn ouders was het natuurlijk een regelrechte ramp.”
Overigens is het in die jaren niet ongebruikelijk in de wintermaanden te vissen. “De schoorsteen moest blijven roken. ‘s Winters gingen ze de plas op met een potje gevuld met turf. Dat werd gestookt onder een pannetje met water, op die manier konden ze hun handen warmen. Alles bij elkaar geen pretje natuurlijk. In die tijd zat er nog volop vis in de plassen en we leefden ervan. Vader rookte een deel van de vangst, de rest ging naar de groothandel in Oude Wetering, de firma Kraan.”
Dirk is veertien als vader in 1961 overlijdt. “Ik volgde toen de opleiding voor automonteur maar ben van school af gegaan om te kunnen meedraaien in het bedrijf. M’n broer Gerrit nam de visserij over. Het was toen totaal anders dan nu, hoor. We ventten de vangst zelf uit. Op braderieën en dergelijke stonden we met onze viskar plus aanhangwagen met een zeil eroverheen. Mijn belangrijkste bijdrage was het schoonmaken van de paling.”

Zelfstandig

Aanvankelijk werken de broers samen, maar het vlot niet helemaal, zoals Dirk het uitdrukt. “Laat ik het zo zeggen, onze karakters verschilden te veel. Ik ben in 1970 samen met m’n moeder zelfstandig verder gegaan. Bij mij kwam het accent op de rokerij te liggen. Ik ben zelfs op gegeven moment helemaal gestopt met vissen. Er kwamen steeds meer regels waaraan je je moest houden. En daar had ik geen zin in.”
Nog steeds zijn er twee palingrokerijen en viswinkels met de naam Eveleens naast elkaar op de dijk te vinden. “Waarom niet? Wij zijn gewoon medestrijders.” Bij ‘wij’ hoort overigens broer Gerrit niet meer. Die overlijdt in 2002. Hij laat een gezin achter, met drie dochters en een zoon. Dirks neef Robert zet sindsdien de werkzaamheden voort. Onze zegsman kent het verhaal bij het publiek over ‘de ruziënde broers’. “Dat is helemaal niet meer aan de orde. Robert is een poosje geleden acht weken dicht geweest, z’n palingroker was ziek. Ik heb toen op zijn verzoek de boel voor hem waargenomen. Eerlijk gezegd was ik blij dat het voorbij was. Mens, veel te druk allemaal.”

Judoka

In zijn jonge jaren beoefent Eveleens intensief de judosport bij  sportschool Goederaad in Aalsmeer. Tot drie keer toe wordt hij in zijn gewichtsklasse Nederlands kampioen. In 1969 mag hij naar de wereldkampioenschappen in Mexico. Eerder dat jaar wordt hij Europees jeugdkampioen. “Mexico was een hele eer. Maar er was eigenlijk geen geld voor. Toen werd er hier een fanclub opgericht en dankzij allerlei acties lukte het toch om te worden uitgezonden.” Bij terugkeer volgt een huldiging in het dorp onder bezielende leiding van ‘dorpsburgemeester’ Dirk van der Blom.

De bedoeling is dat judoka Eveleens in 1972 deelneemt aan de spelen in Montreal. “Maar dat kon ik vergeten nadat ik bij een training in het Amsterdamse Bos mijn enkelbanden had geblesseerd. Vette pech.” Hij bewaart verder goede herinneringen aan die periode, zoals trainen samen met Wim Ruska. “We waren allebei tegelijk onder behandeling bij dokter Rolink, in die tijd de arts van Ajax. Na afloop vroeg ik wat ik hem schuldig was. Hij wilde niks hebben, nou ja een fles goede whisky. Met de opmerking dat er in onze sport nauwelijks iets te verdienen was, zeker vergeleken met de voetballerij.”

Uitsmijter

De arts heeft gelijk en ook in de visserij is het geen vetpot. “Toen ik in de paling begon, was het niet meteen een succes. Om wat bij te verdienen ben ik portier uitsmijter geworden in het Casino, Noordwijk.” Dirk spreekt nu over de jaren 1972 tot 1977. In Noordwijk leert hij Anneke Wijnands kennen, dochter van de plaatselijke groenteboer. Ze is getrouwd, wordt weduwe als haar man overlijdt aan de gevolgen van een motorongeluk. “Daarna kregen wij verkering. We gingen samenwonen in Noordwijkerhout. In 1990 zijn we naar Burgerveen verhuisd. Twee jaar later getrouwd.” Het stel heeft drie dochters. Claudia, Anouk en Paola.  Er zijn vijf kleinkinderen. Vier via Claudia (drie meisjes en een jongen) en eentje, een paar maanden oud, van wie Anouk de moeder is, vernoemd naar opa Dirk. Anouk runt in Noordwijk de lunchroom ‘De Meiden Eveleens’. Een foto hangt in de winkel van haar ouders. Paola is de jongste en met haar 23 jaar een nakomertje, vaak in de zaak te vinden. Het zit in de pen dat zij de bedrijvigheden gaat voortzetten.

Dochter Paola staat in de winkel een klant te woord. Zij zal de zaak later voortzetten.

Handwerk

Palingroken is een arbeidsintensieve arbeid en puur ambachtelijk handwerk. Bij Eveleens staan drie rookkasten, even verderop in het gebouwtje bevindt zich de schoonmaakruimte. De vakman vertelt over het procédé. “Je begint met schoonmaken van de vis, de  ingewanden eruit. Dan wordt de huid ontslijmd, vervolgens gaat de vis de pekel in, voor zo’n twintig minuten, waarna de paling aan de kop wordt opgehangen aan pennen en die gaan later de kast in om te drogen. Hierbij staat de kastdeur open. Op ’t laatst gaat de deur dicht, wordt het vuur opgestookt met eikenhout en kan het roken beginnen.”

Het geheim van de smid draait om de combinatie ‘zout en hout’. “Dat bepaalt de smaak”, verzekert de palingroker. “Wat het zout betreft, kunnen wij trouwens rekening houden met klanten die zoutloos zijn. Moeten we natuurlijk wel tevoren weten.” Hij wil graag vermeld zien dat het in zijn bedrijf om gekweekte paling gaat. “Onze paling komt uit kwekerijen in Helmond en in Zweden. Als glasaaltjes zijn ze gevangen voor de kusten van Frankrijk en Spanje en daarna in gespecialiseerde bedrijven verder opgekweekt.”

De palingen worden stuk voor stuk aan het rek gehangen, straks gaat de vis de rookkast in.

Hartklachten

Van meet af aan draait Anneke mee in het arbeidsproces. Er zijn ook andere, wisselende hulpkrachten. Alphenaar Hans van Zijl behoort de laatste jaren tot de vaste ‘crew’. Op deze ochtend begint Dirks werkdag zoals gewoonlijk om vijf uur. De laatste jaren neemt hij na de middaghap wel even de tijd voor een ‘tukkie’. Zo’n acht jaar geleden breken de lange werkdagen hem op. “Ik kreeg hartklachten. Ritmestoringen en zo. Dacht eerst, gaat wel over. Maar bleek dus niet het geval.”

In 2011 volgt een operatie, in het LUMC, Leiden. “Kwam er een nieuwe hartklep. Was even wennen, maar het gaat goed. Ik hou dit echt nog wel een poosje vol.”

Assistent-roker Hans van Zijl aan het werk. Naast hem Anneke Eveleens.

Meer informatie: www.palingrokerijeveleens.nl

 


 

Auteur: Geertje Bos.
Foto’s: Geertje Bos.
Juni 2018.

Deze rubriek is een initiatief van de dorpsraad, de stichting Dorpsbelangen Burgerveen. 

Dit bericht is geplaatst in Dorpspleiners. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.