Dorpspleiners: Jo en Wessel Post

In de rubriek DORPSPLEINERS laat Geertje Bos bezoekers van de website nader kennismaken met inwoners van Burgerveen, markante persoonlijkheden, maar ook gewone mensen met bijzondere bezigheden of zomaar iemand met een mooi levensverhaal.


Aflevering 4. Jo en Wessel Post

Met melk meer mans

Door het halletje heen komt Jo Post ons in haar rolstoel enthousiast tegemoet rijden. De deur van de woning aan de Leimuiderdijk 270 staat al open. Dat we van harte welkom zijn. Vrolijk kwebbelend gaat ze voor naar de woonkamer. “Dat was een paar jaar geleden wel anders”, constateert ze later. Het praten bedoelt ze. Daar willen we natuurlijk meer van weten. Maar we beginnen bij het begin en horen dat we te maken hebben met voormalig kraamverzorgster Jo, geboren De Graaf, 1931, Alphen aan den Rijn. “Ik gebruik m’n meisjesnaam eigenlijk nooit”, realiseert zij zich.
In Burgerveen, waar ze sinds haar huwelijk in 1962 met de twee jaar oudere boerenzoon Wessel Post woont, is dat ook niet nodig. De meesten kennen haar als ‘tante Jo Post’. Bijna 35 jaar lang voorziet het echtpaar dorpsgenoten aan huis van melk en andere zuivelproducten. Samen zijn ze ‘met melk meer mans’. Als de nering terugloopt, mede als gevolg van het fenomeen supermarkt, besluiten ze te stoppen met de handel. Van een zwart gat daarna is geen sprake. “Wessel had altijd wel wat te doen, een schilderklusje hier of daar.” Niet lang na dat besluit overlijdt echter de melkboer in 1996 aan hartfalen. “Dat sloeg in als een bom.”

Tante Jo Post heet ons welkom in haar rolstoel.

 

Over vroeger

Jo de Graaf is het nakomertje in het Alphense gezin met verder een zus die veertien jaar ouder is dan zij, en twee broers, met wie ze respectievelijk twaalf en tien jaar in leeftijd scheelt. Vader is boerenzoon en werkt aanvankelijk mee op de boerderij, maar gaat later in de paardenhandel. De oorlogsjaren zijn spannend voor Jo. “Mijn broers zaten ondergedoken, om te voorkomen dat ze naar Duitsland moesten voor de arbeidsinzet. Ik mocht niet weten waar ze verstopt waren en kon dat toen niet uitstaan. Daar was ik boos over, hoor.”
Gedurende de Tweede Wereldoorlog krijgt ze mondjesmaat scholing. Dat haalt ze later in met avondcursussen. Samen met vriendin Nel van Driel, oorspronkelijk uit Oude Wetering doet ze de kraamopleiding in Aalsmeer, waarvoor ze daar op kamers gaan wonen. Jo heeft dan al diverse baantjes gehad, in de huishouding en in een winkel. Maar de kraam heeft haar hart. “Hartstikke mooi werk”, zegt ze, jarenlang gedreven op haar fiets door weer en wind de polder in, naar adressen waar ze mocht kennismaken met een nieuwe boreling en zorgen voor moeder en kind.

Familie Post

Op een keer wordt onze Jo ‘uitgeleend’ aan een gezin in Leimuiden, bij de familie Post. En daar leert zij haar latere echtgenoot kennen. “Het zat zo, de aanstaande vader was Krijn Post, één van zes boerenzonen. Samen met zijn broer Wessel had Krijn een melkhandel. Toen ik Wes leerde kennen, woonde hij nog bij zijn ouders op de boerderij.”
De kennismaking leidt tot verkering en vervolgens tot een huwelijk. In 1962 geven ze elkaar het ja-woord. Een huwelijksreis zit er niet in voor het jonge stel. Er moet worden gespaard voor een eigen woning. Ze vinden een geschikte plek aan de Leimuiderdijk in Burgerveen, waar Wessel een melkwijk begint. Een huis bouwen daar is nog niet in een keer gedaan. Er dient te worden geheid voor een stevige fundering en flink wat grond worden aangevoerd, wat gebeurt door een specialistisch bedrijf uit Hoofddorp. Achter de woning, beneden aan de dijk verrijst een schuur, onder meer met koelcellen voor de dagelijks aangevoerde zuivelproducten.
Gedwongen door haar werkgever stopt Jo na haar huwelijk met het vaste dienstverband in de kraamzorg. Ze doet hier en daar nog wel eens ’n kraampje in het dorp en helpt mee met uitventen in de wijk. “Huisje aan huisje. Was er niemand thuis, dan stond er een lege melkfles met een briefje erin.” Bij de geboorte van een kind trakteert de melkboer op slagroom. Als er in huize Post gezinsuitbreiding komt, met dochter Jeanette (1963) en zoon Paul (1967), krijgt Jo het extra druk.

Gezellige tijd

“Het was alles bij elkaar toch een gezellige tijd”, aldus onze gastvrouw en ze vertelt over de contacten met de leveranciers, die een kop koffie niet afsloegen. Haar man is bij de Burgerveners ‘kind aan huis’. “Hij was niks te beroerd om hier en daar de helpende hand te bieden, bijvoorbeeld even een zware ketel met wasgoed op het gasstel tillen. En als er in een kinderrijk gezin op dat moment geen geld was om af te rekenen, mocht het ook wel een keertje ‘op de pof’.”
De melkslijter is geliefd vanwege zijn rustige uitstraling, met aandacht voor zijn klanten. Hij heeft echter ook een andere, creatieve kant. “Hij schreef leuke verhaaltjes, bedacht met sinterklaas verrassingen en maakte gedichtjes op familiefeestjes.” Wessel Post mag graag in de huid van een ander kruipen, speelt amateurtoneel bij de plaatselijke vereniging De Dukdalf, waaraan hij tevens als regisseur is verbonden. “Toneelavonden met bal na in dorpshuis Marijke.”

Wessel Post (rechts) mocht graag toneelspelen. Hier samen met Ko Pecht.

Fotomateriaal

Tante Jo schiet geregeld met haar rolstoel de kamer door, op zoek naar bijpassend fotomateriaal. “Ik wist wel dat je kwam, maar niet wat je nodig had.” Een van de foto’s laat het stel samen op een boot zien. “Ja, die hadden we ook nog een poosje. Wes hield van varen op de plassen. Ook schaatsen deed hij graag, zelfs een keer de Elfstedentocht.”
Hoewel Jo al meer dan twintig jaar weduwe is, komt haar man nog vaak in het verhaal voor. “Ik zeg wel eens tegen de kinderen, als je vader er nog was, dan zou hij vast zus of zo hebben gedaan. Zij wijzen mij er dan op dat hij ook twintig jaar ouder zou zijn en heus niet alles van vroeger nog zou kunnen. En daar hebben ze natuurlijk gelijk in.” Ze stelt het met een zucht vast. “Na zijn dood heb ik veel steun van het dorp gehad hoor.”
Dat gebeurt later ook als ze zelf fysieke problemen krijgt. Jo Post heeft intussen een nieuwe knie en een nieuwe heup, waarna ze steeds moet revalideren. “Mijn rechterbeen wil niet meer als vroeger. Daarom dus de rolstoel. Ik heb ook nog een rollator.”
Een aantal tia’s belemmert een paar jaar geleden aanvankelijk haar spraak. “Praten heb ik ook opnieuw moeten leren.” Ze moet nu even lachen. “Maar zoals je merkt, gaat het tegenwoordig weer aardig goed.” Daar kunnen we haar alleen maar gelijk in geven.

Samen met Wessel in het bootje.

 


 

Auteur: Geertje Bos.
Augustus 2018.

Deze rubriek is een initiatief van de dorpsraad, de stichting Dorpsbelangen Burgerveen. 

Dit bericht is geplaatst in Dorpspleiners. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.