Dat het weer voorjaar is merken we direct bij de dierenambulance. Veel meldingen over pasgeboren dieren krijgen we in deze tijd. Zo ook deze melding.
De centrale vroeg me te gaan naar een straat in Bloemendaal, alwaar een bus van Connexxion stil stond. Er zou een vogel in de bus zitten.
Eenmaal ter plaatse kwam de chauffeuse al geschrokken naar me toe. “Ik rij geen meter meer!” riep ze me toe.

Op mijn vraag wat er aan de hand was, antwoordde ze dat er een vogeltje onder de bus was gevlogen. Een op de commotie toegesnelde buurtbewoonster gaf de verklaring. “Kijk daar”, zei ze. Ze wees naar een vogelnestje onder een afdakje van een woning. “De vogeltjes zijn net aan het uitvliegen”, zei ze. “Er zit er ook nog eentje binnen.”
Eerst maar even naar de bus, besloot ik. Per slot van rekening moest deze ook verder rijden. Vanonder de bus hoorde ik zacht getsjilp. Toen de motorkap geopend werd zag ik op de vooras een lief klein roodborstje zitten. Zachtjes tsjilpend keek hij mij meewarig aan. Zo van, wat is er nou aan de hand?
Helaas zat het roodborstje te ver om er met mijn hand bij te komen. Ik besloot met de achterkant van mijn vangnet, het roodborstje een tikje te geven zodat hij de motorruimte uit zou gaan.
De buurtbewoners stelden zich rondom de bus op om het vogeltje op te vangen als het onder de bus vandaan kwam. En het lukte. Het roodborstje hipte onder de bus vandaan en bleef midden op straat zitten. Mijn net bood uitkomst en even later zat het roodborstje veilig in mijn hand.
De chauffeuse kwam naar me toe met haar mobiel. “Mag ik een foto maken van het roodborstje want dit verhaal gelooft anders niemand” zei ze. Met bewijs op zak, en natuurlijk wat vertraging, vertrok de chauffeuse met haar bus.
Op naar het tweede vogeltje. Ik nam het eerste vogeltje mee, zodat ik ze straks met zijn tweetjes weer vrij kon laten. Meenemen naar het vogelhospitaal was in dit geval niet nodig. De roodborstjes waren alleen op een wat ongelukkige plaats geland na hun eerste vlucht.
Het tweede roodborstje liet zich makkelijker vangen. Onder een tafel kon ik het vogeltje zonder problemen pakken.
Met in beide handen een roodborstje liep ik naar het bosschage vlakbij het nestje. In de boom ernaast zat pa of ma roodborst al driftig heen en weer te hippen en te fluiten.
De vogeltjes heb ik naast elkaar op een tak gezet zodat ze even konden bijkomen van dit avontuur. Met z’n tweetjes keken ze me aan alsof ze wilden zeggen: “Die wijde wereld is toch wel erg spannend!”
Buurman Louw (vrijwilliger Dierenambulance)
