
U kent ze vast wel, locaties waar je bij het voorbij rijden altijd aan iets moet denken wat je daar eerder hebt meegemaakt. Zo had ik in een weekend tijdens mijn dienst op de Dierenambulance bij het voorbijrijden van museum De Cruquius zo’n flashback:
Er was een behoorlijke vorstperiode aangebroken met de nodige sneeuw op straat. De dag voordat mijn dienst op de Dierenambulance zou aanvangen, was ik naar een winkel gegaan waar ze van die lekkere warme snowboots verkopen. In de winkel was nog veel keus. Dit in tegenstelling tot eerdere vorstperiodes waarin de schoenen niet aan te slepen waren. Mijn oog viel op een paar zwarte snowboots, die aan de onderzijde van de zool uitgerust waren met een uitklapbaar metalen ‘ijzer- tje’ met puntjes. Deze ijzertjes kun je omklappen zodat de puntjes zichtbaar worden en zodoende zorgen voor meer grip op sneeuw en ijs. Ik dacht nog, da’s handig want zo zal ik niet zo gauw uitglijden dit weekend! Ik heb ze toen gekocht en natuurlijk direct in gebruik genomen.
Zoals ik al verwachtte reed ik met mijn ambulance ‘van hot naar her’ met vooral verzwakte en bevroren vogels. De melding van een verzwakte gans op het ijs van Museum De Cruquius bleef me die dag het meeste bij. Toen ik aankwam bij de bewuste locatie, zag het zwart van de mensen op het ijs van de Ringvaart tegenover het museum. Het was echt zo’n locatie waar veel mensen bijeenkomen om lekker een rondje te schaatsen. Mijn dierenambulance viel al snel op en vrijwel direct kwam er een man op me af lopen die mij een verzwakte gans aanwees, midden op het ijs tussen alle schaatsers.
Met een vervoerskist in mijn hand betrad ik het ijs. Binnen een mum van tijd was ik omringd door vele schaatsers die wel eens wilden zien hoe ik die gans zou gaan vangen. Ik zette mijn vervoerskist geopend neer op een afstandje van ongeveer tien meter van de verzwakte gans, wiens vleugels bedekt waren met een dikke laag ijs. De gans had al gauw in de gaten dat mijn komst voor hem bedoeld was en begon langzaam doch gestaag weg te waggelen. Langzaam benaderde ik de gans en het laatste zo belangrijke metertje moest natuurlijk in een flits genomen worden om de gans te kunnen pakken. Want hoewel de gans onder het ijs zat, hij kwam toch nog vrij snel vooruit.
Ja, dat laatste metertje, dat deed het hem, ook voor mij in dit geval. Ik nam een spurt en vergat even hoe glad ijs wel niet kan zijn. Met een flinke klap kwam ik op mijn zij terecht en een flinke pijnscheut ging door mijn lichaam. Dat deed zeer! Het toeval wilde echter dat mijn handen op de juiste plaats terecht kwamen, want ik had de gans bij mijn niet voorziene val, wel klemvast in mijn armen. Een kort applaus steeg op vanuit het publiek. Kennelijk vloog/viel ik op een dusdanige manier dat het publiek dacht dat het bij mijn tactiek hoorde. Ik een flits dacht ik, flink blijven en gewoon opstaan. Dat deed ik dan ook. De gans zette ik netjes in de kist en hierna liep ik met de gans en een van pijn verbeten gezicht richting mijn ambulance.
Achter het stuur dacht ik nog maar aan één ding: Heel handig ‘die ijzertjes’ onder je snowboots maar dan moet je ze WÉL gebruiken……..
Ik heb nog weken last gehad van mijn inmiddels pimpelpaars gekleurde heup.
Groet, Hummel
